1. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:7, kan de exploitatievergunning voor een bepaalde termijn worden verleend:

    1. indien niet met voldoende zekerheid de mate van nadelige beïnvloeding van het woon- en leefklimaat en/of de openbare orde kan worden beoordeeld;

    2. indien de uitkomst van een onderzoek in het kader van de Wet Bibob daartoe aanleiding geeft;

    3. indien de inrichting een tijdelijk karakter heeft.

  2. De burgemeester kan de termijn, als bedoeld in het vorige lid, verlengen; de termijn kan, al dan niet verlengd, de duur van zes jaar niet te boven gaan.